Arbeidsongeschiktsheidsverzekering.
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is bedoeld voor directeur-grootaandeelhouders (DGA), Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP-ers) of vrije beroepsuitoefenaars die door een ongeluk of ziekte niet meer (volledig) kunnen werken.
Voor deze doelgroep is er geen vangnet vanuit de overheid, waardoor deze doelgroep zonder iets te regelen direct in de bijstand terecht komt. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is dan ook ten zeerste aan te raden.
De premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is van een aantal criteria afhankelijk:
- Beroepsklasse
- Arbeidsongeschiktheidscriterium
- Rubrieken
- Wachttijd
- Arbeidsongeschiktheidspercentage
- Indexatie
- Looptijd
- Verzekerd bedrag
Beroepsklasse.
De beroepsklasse bepaalt in grote mate de hoogte van de premie. Met hetzelfde beroep kunt u bij de ene verzekeraar in een lagere of hogere beroepsklasse worden ingedeeld dan bij een andere verzekeraar. Het is dus raadzaam om meerdere offertes met elkaar te vergelijken.
Arbeidsongeschiktheidscriterium.
Het arbeidsongeschiktheidscriterium wil zeggen: de manier waarop de verzekeraar beoordeelt of iemand arbeidsongeschikt is. Dit kan grofweg op drie verschillende manieren:
- Beroepsongeschiktheid
De verzekeraar beoordeelt de arbeidsongeschiktheid op basis van het eigen beroep. In hoeverre is iemand nog in staat om het eigen beroep uit te oefenen? - Passende arbeid
De verzekeraar beoordeelt de arbeidsongeschiktheid op basis van de werkzaamheden die naar redelijkheid gezien passen bij de werkzaamheden, opleiding en ervaring. In hoeverre is iemand nog in staat werkzaamheden te verrichten die past bij werkzaamheden, opleiding en ervaring? - Gangbare arbeid
De verzekeraar beoordeelt de arbeidsongeschiktheid ongeacht op wat voor beroep. In hoeverre is iemand nog in staat algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten?
Rubrieken.
Op een verzekering voor arbeidsongeschiktheid kunnen twee rubrieken verzekerd worden:
- Rubriek A
Rubriek A verzekert het eerstejaarsrisico - Rubriek B
Rubriek B verzekert risico vanaf het tweede ziektejaar
Wachttijd.
De wachttijd heet ook wel eigen risico termijn. Voor rubriek A (het eerstejaarsrisico) wordt het eigen risico gemeten in aantal dagen. Voor rubriek B (vanaf het tweede jaar) wordt het eigen risico gemeten in aantal jaren.
Normaal gesproken wordt alleen een eigen risico gekozen voor rubriek A en de meest gebruikte zijn:
- 14 dagen
- 30 dagen
- 60 dagen
- 90 dagen
- 180 dagen
- 360 dagen
Hoe langer de wachttijd, des te lager de premie.
Arbeidsongeschiktheidspercentage.
Vaak is zelf aan te geven bij welk arbeidsongeschiktheidspercentage u een uitkering wenst te ontvangen. Dit varieert normaal gesproken tussen de 25% en 80%. Per definitie is het niet zo dat een arbeidsongeschiktheidspercentage gelijk is aan het uitkeringspercentage. Hiervoor stelt iedere verzekeraar een eigen tabel voor op. Een voorbeeld is hieronder weergegeven.
Arbeidsongeschiktheidspercentage |
Uitkeringspercentage |
> 25 - < 35 |
30 |
> 35 - < 45 |
40 |
> 45 - < 55 |
50 |
> 55 - < 65 |
60 |
> 65 - < 80 |
75 |
> 80 tot 100 |
100 |
Indexatie.
Er zijn twee soorten indexaties te onderscheiden:
- indexatie van het verzekerd bedrag
- indexatie van de uitkering
Bij het afsluiten van de verzekering is aan te geven met welk percentage het verzekerd bedrag of een eventuele uitkering in de toekomst verhoogd moet worden.
Looptijd.
De looptijd van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is zelf te bepalen, echter voor bepaalde beroepen hanteren verzekeraars maximale eindleeftijden.
Doorgaans varieert een looptijd van 55 tot 65 jarige leeftijd van de verzekerde.
Verzekerd bedrag.
Tot maximaal 80% van het inkomen kan er een verzekering worden afgesloten die geheel of gedeeltelijk uitkeert bij ziekte of blijvende invaliditeit. Er zijn verzekeraars die bovenop de 80% van het inkomen ook vaste- en waarneemkosten meeverzekeren.
Meer informatie over een arbeidsongeschiktheidsverzekering ?
U vindt onze contactinformatie rechts bovenaan de pagina.


